About

PAUL KOELEMAN | WERK – voorwoord – preface – prefazione

Paul Koeleman is portretfotograaf. Hij fotografeert mensen – en af en toe een dier – en registreert en manipuleert de geportretteerden als ware hij een filmregisseur door te experimenteren met poses, houdingen en uitdrukkingen, met compositie en scenografie, kleding, accessoires en rekwisieten, maar ook door middel van het experiment met het fotografisch materiaal zelf.

Voor Koeleman is een portret daarom zelden een portret an sich. In zijn portretten zoekt hij naar het bijna onbereikbare: het vangen van de wereld die ieder van ons in zich draagt en de wijze waarop wij die naar buiten brengen. Dat lijkt een onmogelijke taak want is de weergave van de fysieke en innerlijke werkelijkheid van de geportretteerde niet ook altijd afhankelijk van de waarneming en de realiteit van de fotograaf zelf? En: wat is eigenlijk de realiteit van een foto? In het prachtige korte verhaal Het avontuur van een fotograaf – uit de bundel Moeilijke liefdes – vertelt Italo Calvino over Antonino Paraggi en diens avontuur om de realiteit van de fotografie te vatten. In de loop van de vertelling maakt de jonge Antonino een metamorfose door van sceptisch toeschouwer, een zogenaamde ‘non’-fotograaf, tot een fotograaf die steeds en obsessief op zoek is naar dat ene perfecte beeld. Al doende ontwikkelt hij een theorie die het snapshot bestrijdt want, zo zegt Antonino: “De gefotografeerde werkelijkheid krijgt meteen een nostalgisch karakter, van vreugde gevlucht op de vleugels van de tijd, van een herdenking, ook al is het een foto van eergisteren. En het leven dat jullie leiden om het te fotograferen is in principe ook al een herdenking van zichzelf. Geloven dat het snapshot échter is dan het geposeerde portret is een vooroordeel.” Calvino onderzoekt in zijn verhaal het doel, de betekenis en ook de populariteit van het fotografische beeld en stelt dat fotografie altijd de inkadering van een bepaald moment is op een bepaalde manier. De motivatie voor een foto ligt daarmee niet in de realiteit, maar in de creatie van een eigen ideaal, een eigen ideaalbeeld. En daarom gaat het ook over liefde.

Good Old Gays (2008) is een serie dubbelportretten van homoseksuele (echt-)paren die al vele jaren samen zijn, soms zelfs meer dan vijftig jaar. Het zijn gearrangeerde portretten, zorgvuldig in scène gezet en gefotografeerd in de vertrouwde omgeving van het eigen huis. Zo creëert Koeleman een associatief visueel kader voor de intimiteit tussen de partners, waarbij hij zowel feitelijke als imaginaire eigenschappen combineert. Daarin volgt hij een lange cultuurhistorische traditie waarin het portret niet alleen de gelijkenis van de geportretteerde afbeeldde, maar ook door middel van kleding, omgeving en andere details sociale en maatschappelijke status overbracht. Homoseksualiteit komt in deze traditie natuurlijk zelden voor en de relatie tussen man en man, en vrouw en vrouw is ook nu nog steeds omgeven door vooroordelen en taboes. ‘Het idee dat homo’s en lesbiennes alleen maar in darkrooms hangen en niet in staat zijn een lange relatie te hebben klopt niet’, zegt Koeleman. ‘De serie laat zien dat homoseksuele stellen zeker in staat zijn om een langdurige relatie te hebben.’ Naast deze sociaalhistorische referenties gaan de foto’s overigens vooral over het overbrengen van de liefde tussen de geportretteerden. Atmosferisch en vol humor als ze zijn, zijn het allesbehalve alledaagse portretten. De ene keer theatraal en uitbundig, dan ingetogen of verlegen, een beetje stijfjes of deftig, zo verschijnen de stellen voor de lens. Omgeven door hun persoonlijke voorwerpen, die de intimiteit van hun relatie benadrukken, geven deze Good Old Gays een ontroerend helder beeld van een leven lang samenzijn.

Als je naar de portretten van Nelly kijkt, is het daarentegen bijna alsof je dubbel ziet. Je ziet een getormenteerde vrouw, een blije of een angstige. Het lichtelijk vervormde gezicht maakt het moeilijk haar leeftijd te raden. De Nelly’s I-6 (2013) uit de serie De Emoties I zijn gebaseerd op het boek Gelaat en karakter (1958) van de onlangs overleden bijzonder hoogleraar Emotietheorie Nico Frijda, over de gelaatsexpressie als de zichtbare manifestatie van emoties. Ter illustratie fotografeerde hij zijn vrouw, de jonge actrice Nelly Frijda, die hij de opdracht gaf om verschillende emoties te spelen door middel van gelaatsuitdrukkingen. Vele jaren later raakte Koeleman hierover met Nelly in gesprek en ze vertelde hem hoe dat ging. ‘Nelly, doe vrolijk, en Nelly, doe verdrietig’.

Deze anekdote inspireerde hem tot het maken van een nieuwe serie portretten. Meer dan vijftig jaar na de oorspronkelijke foto’s geeft hij haar opnieuw de poseeropdrachten zoals ze die destijds van haar man kreeg. Hij schoof daarna de oude, door tijd en waterschade gehavende negatieven van Nico over de nieuwe, voegde scans van glasscherven en vlekken toe en bewerkstelligde zo het raadselachtige en gelaagde effect van deze leeftijdsloze gezichtsuitdrukkingen. In de serie De Emoties II (2015) zie je Nico Frijda, de onderzoeker naar de emotie zelf, in een virtuele dialoog met actrice Kitty Courbois, de grande dame van het Nederlandse toneel, die als geen ander menselijke emoties weet te verbeelden. Onafhankelijk van elkaar voerden ze Frijda’s (eigen) opdrachten opnieuw uit: een bijzondere ontmoeting tussen kunst en wetenschap.                                           Emoties zijn duidelijk een terugkerend gegeven in het werk van Paul Koeleman, hij roept ze op en wakkert ze aan, maskeert en overdrijft ze en hij speelt ermee. Door een theatraal gebruik van mimiek, beweging en gebaar lijkt het vaak alsof de geportretteerde een rol speelt binnen de context van zijn of haar eigen realiteit.

Het Oudgriekse woord voor masker is persona. In het klassieke Griekse theater droegen de acteurs niet alleen maskers om hun (sociale) rol aan te duiden, maar ook om ze in staat te stellen als verschillende personages op het toneel te verschijnen. Zo zou het publiek zich niet met een bepaalde acteur en rol identificeren, als een afbakening tussen de voorstelling en het publiek, tussen fictie en realiteit.

Veel mensen gaan met een vergelijkbaar, zij het vaak denkbeeldig, masker door het leven waarachter ze hun gevoelens verbergen of verdoezelen. In Anonieme Amsterdammers (2007) kregen 28 bekende en onbekende stadsgenoten een wit kleimasker op. Nadat het masker was opgedroogd werd ze gevraagd om de klei met hun gezichtsmimiek te laten barsten. Verborgen achter het laagje klei braken ze letterlijk en figuurlijk uit hun anonimiteit en uitten ze ongehinderd hun emoties, of dat nu hun ware gevoelens waren of geveinsde. In Gesti Italiani (2009) verwijst Koeleman daarentegen naar de taal van de gebaren, als de lichamelijke signalen die, vaak onbewust, weergeven wat we voelen of die we gebruiken om onze woorden kracht bij te zetten. Met een poker face drukt acteur Ton Heijligers zich enkel uit in gebarentaal, als een soort alfabet van visuele communicatie.

Het spel met het masker krijgt een geheel eigen vorm in het portret van Ale uit de serie Neon (2008). Een serie die tevens te lezen is als onderzoek naar hét basismateriaal van de fotograaf: licht. De neonbuis die Koeleman over het portret van Ale monteerde, is als een masker van licht. Het licht trekt de toeschouwer aan en belooft iets te onthullen maar ontneemt ons tegelijk de mogelijkheid het complete beeld met onze blik te overheersen. Het portret en de fotograaf kijken samen terug en wijzen de toeschouwer zo plagerig op diens eigen subjectiviteit.

Waar een portret in het verleden een eenmalig geformaliseerd (ideaal-)beeld van een persoon afbeeldde, daar worden we vandaag overdonderd met een recordaantal snapshots van onszelf en anderen. Een gigantische, haast groteske verzameling beelden van alle mogelijke gemoedstoestanden. Het portret an sich lijkt dus niet langer representatief, maar zoals de foto’s van Koeleman laten zien is de onderliggende taal van het portret onveranderd vindingrijk. Hoe en wat het met de kijker communiceert, het lichte voyeurisme dat het oproept, het vage onderscheid tussen privé en openbaar, realiteit en verbeelding. Een goed portret laat de complexiteit van de identiteit van de geportretteerde zien en hoe die zich openbaart en laat uitdrukken. Voor Koeleman is het fotografisch portret een middel om zich, net als Calvino in zijn verhaal over Antonino Paraggi, te verdiepen in die dubbelzinnige driehoeksverhouding tussen de geportretteerde, de toeschouwer, en hemzelf, de fotograaf.

Renée Padt – Stockholm 2016